Laden

Levensbedreigende situatie? Bel altijd 112

Samen triëren, zodat de patiënt sneller op de juiste plek terechtkomt


Samen triëren, zodat de patiënt sneller op de juiste plek terechtkomt

Een ambulance sturen of toch eerst verder kijken? Op de meldkamer moet die beslissing soms binnen enkele minuten vallen. In de pilot Brede Triage werken verpleegkundig centralisten van de meldkamer Ambulancezorg en huisartsen letterlijk naast elkaar. Het doel: beter bepalen welke zorg een patiënt nodig heeft en voorkomen dat schaarse acute zorg terechtkomt op een plek waar die niet nodig is. De eerste resultaten zijn veelbelovend.

Wie 112 belt, doet dat meestal omdat er op dat moment iets mis is. Er is pijn, onzekerheid of paniek en de verwachting is helder: er moet hulp komen. Voor verpleegkundig centralist meldkamer ambulancezorg (VCMKA) Pim Scheefhals begint dan een snelle afweging.

“Mijn werk is om te bepalen of er een ambulance nodig is. En zo ja: met welke urgentie?”, vertelt hij. “Ik moet binnen een heel korte tijd bepalen of er een ambulance nodig is. Bij grote spoed weet je dat binnen een aantal seconden.”

Lastiger zijn de situaties waarin de noodzaak van een ambulance minder duidelijk is. Een patiënt heeft zorg nodig, maar is een ambulance daarvoor echt de beste oplossing? Precies daar biedt brede triage een extra mogelijkheid.

Even verder kijken
Tijdens de pilot kan de centralist een patiënt voorleggen aan de medisch verantwoordelijke (huisarts,  verpleegkundig specialist of physician assistant) op de meldkamer. De centralist heeft de urgentie dan al bepaald; de medisch verantwoordelijke kan uitgebreider naar de medische situatie en een passende vervolgstap kijken.

“Het fijne is dat de medisch verantwoordelijke langer de tijd heeft om de patiënt te spreken en misschien net even anders denkt”, aldus Pim. “Ik kijk als centralist: is er een ambulance nodig of niet? Een huisarts, verpleegkundig specialist of physician assistant kijkt weer met een andere medische blik.”

Huisarts en kaderhuisarts spoedzorg Carlijn Zwaag ziet ook hoeveel beide werelden gemeen hebben. “Nu ik op de meldkamer meeloop, zie ik dat verpleegkundig centralisten en triagisten op de huisartsenpost heel vergelijkbaar werken. Er wordt op de meldkamer echt heel goed getrieerd.”

De kracht zit in het combineren van die deskundigheid.

Welke zorg past het beste?
Denk aan een kind dat in de speeltuin valt en een flinke wond aan het hoofd heeft. Een ambulance kan erheen rijden, maar als ambulancevervoer medisch niet noodzakelijk is, kan het kind ook rechtstreeks een afspraak krijgen bij de huisartsenpost. Daar kan een arts de wond beoordelen en eventueel hechten.

Ook bij een oudere die is gevallen, hoeft een ambulancerit naar de spoedeisende hulp niet altijd de beste route te zijn. Misschien kan iemand nog lopen en is een beoordeling, pijnstilling of extra zorg thuis voldoende.

“We bekijken wat er nodig is om dit probleem zo goed mogelijk op te lossen, in het belang van de patiënt”, zegt Carlijn. “Soms is het fijner als er direct een ambulance komt. Maar soms is een huisarts aan huis passender. En er zijn ook veel patiënten die voldoende geholpen zijn met een advies en geruststelling.”

Brede triage draait dus niet simpelweg om minder ambulances inzetten, maar om beter bepalen welke zorg iemand op dat moment nodig heeft.

Eén op de vier ritten krijgt een andere route
De eerste resultaten laten zien dat de pilot effect heeft. Binnen de groep A2-ritten (een rit zonder zwaailichten en zonder sirene – red.) die onder de pilot valt, kan op dit moment ongeveer één op de vier ritten een andere route krijgen.

Carlijn merkt wat dat betekent op drukke momenten. “Dan heb ik een rit afgebogen en gaat iemand bijvoorbeeld naar de huisartsenpost. En dan zegt een centralist: gelukkig, want ik heb hier een A1-rit (een spoedrit waarbij de ambulance met zwaailichten en sirene rijdt – red.) en nu kan ik die ambulance daarheen sturen.”

Voor patiënten blijft de schaarste achter de schermen meestal onzichtbaar. De beschikbare ambulancecapaciteit is echter beperkt.

“Ambulances zijn vaak allemaal onderweg naar patiënten”, legt Pim uit. “We moeten daarom heel goed beoordelen waar de spoed zit. Je wilt geen ambulance inzetten voor iemand die ook op een andere manier geholpen kan worden, terwijl er om de hoek iemand ligt die die ambulance echt direct nodig heeft.”

Een ambulancerit kost bovendien al snel veel tijd. “Als je één ambulancerit kunt voorkomen die niet nodig was, kan dat zo een uur schelen waarin die ambulance anders uit de running is.”

Letterlijk naast elkaar
De samenwerking vindt heel letterlijk plaats: de huisarts, verpleegkundig specialist of physician assistant en meldkamercentralisten zitten in dezelfde ruimte. Die nabijheid vergroot ook de kennis over elkaars mogelijkheden.

Carlijn: “Soms hoor ik: kunnen jullie daar als huisarts ook iets mee? Er zijn klachten waarvan het idee bestond dat daar altijd een ambulance naartoe moest. Door samen te werken ontstaat veel meer begrip over en weer.”

Ook over de werkwijze bestaan heldere afspraken. Als de regiearts op de meldkamer bepaalt dat een patiënt bijvoorbeeld een U2-visite nodig heeft, neemt de huisartsenpost die beoordeling over. Een nieuwe triage is dan niet nodig.

“Dat vind ik sterk aan hoe we het hier hebben georganiseerd”, zegt Carlijn. “We hebben vanaf het begin de huisartsen en de huisartsenposten in Amsterdam en Amstelveen betrokken en duidelijke afspraken met elkaar gemaakt.”

Voorbereiden op de zorg van morgen

De pilot kijkt ook vooruit. De zorgvraag groeit, terwijl er minder hulpverleners beschikbaar zijn om die zorg op te vangen.

“We doen dit niet zozeer voor het nu”, zegt Carlijn. “We zullen in de toekomst voor meer mensen moeten zorgen met minder hulpverleners. Dan moeten we proberen dubbelingen uit het systeem te halen.”

Brede triage maakt deel uit van een bredere beweging binnen zorgcoördinatie. Ook rond acute thuiszorg en acute ggz lopen pilots om patiënten sneller naar de passende vorm van zorg te leiden. Dat is belangrijk, benadrukt Carlijn, omdat huisartsen zelf eveneens weinig ruimte hebben om extra werk over te nemen.

En de patiënt? Die hoeft van alle lijnen achter de schermen weinig te merken. Als brede triage doet wat het moet doen, kijken professionals vanaf het begin welke zorg op dat moment het beste past.

Terug naar overzicht